Blues Peer - Zaterdag 14/07/2012

Blues Peer 2012

24 Pesos

Julian Burdock: vocals, guitar
Silas Maitland: bass

Moz Gamble: keyboards
Mike Conolly: drums

Als je ze hoort praten zijn ze oer-Engels, maar dat hoor je niet aan de zang. Natuurlijk wordt er geput uit “When the Ship Goes Down”, hun laatste cd van mei dit jaar, “Leadbelly, Trying To Get Back To You, Walk Away”. Julian brengt ook een ode aan Muddy Water en wisselt dan voor de dobro. Geweldige sound, ondersteund door het microfoon effect. Hij heeft er dan ook twee op zijn staander staan. Moz Gamble aan de hammond is een dankbaar object voor de camera’s van de videoschermen. Moderne electric blues waar net zoals op de cd de funky invloeden niet ontbreken. Nu het weer nog, maar dat hebben we niet in de hand.

John Mooney & Bluesiana

John Mooney: vocals, guitar
Peter Harris: bass
Simon Lott II: drums

“The Blues” heeft zijn intrede gedaan. Dit is waar de “tent” in Peer zit op te wachten. Geen franjes, gewoon steengoed. Louisiana, Baton Rouge, and The Delta here we come. De slide wordt naar hartenlust gehanteerd. Terug naar de essentie van de blues. Ga lekker achterover hangen in je plooistoel of zetel, en absorbeer de overheerlijke gitaarklanken. John, Peter en Simon Laten ons genieten van shuffles (The Glass House), ballads (How Long) en echte Delta (Mama in The Bed). Dat begint erop te lijken en de kleppers moeten nog komen.

Keb’ Mo’ Band

Keb’ Mo’: vocals, guitar
Jeff Paris: guitar, mandolin, harmonica
Kevin SÖ: keyboards, guitar
Vail Johnson: bass
Michael Hiks: keyboards
Les Falconer: drums

Behoorlijk wat volk op het podium, en ook navenant materiaal. Zeker als je een hammond B3 en een gewoon elektrisch orgel kwijt moet. Maar voor de sound van Keb’ Mo’ onontbeerlijk. De”groove” zit er vanaf het begin in. Blues met een grote scheut soul. Maar dat er ook echte blues kan gespeeld worden krijg je te horen in “Dangerous Mood”. Naast subliem gitaarwerk van Jeff Paris, zijn er nog opgemerkte solo’s van Vail Johnson en Kevin Sö. Maar de ster van het optreden is de “donkerbruine koffiestem” van Keb’ Mo’. Wat een volume en wat een soul. Heel de Deusterweide in beweging, zelfs de stoeltjes achter de hekken. Het was 17 jaar geleden dat hij in Peer was. Laat ons niet nog eens zolang wachten a.u.b..

The Soul Rebels

Derrick Moss: percussion
Lumar Leblanc: percussion
Julian Gosin: trumpet
Corey Peyton: trombone
Erion Williams: sax
Paul Robertson: trombone

Edward Lee Jr.: sousaphone
Marcus Hubbart: trumpet

Kleurrijk dat is het minste wat je van de heren kan zeggen. Geen “snaren” en ook geen orgel, wel allerhande blaasinstrumenten. Een mix van soul, funk, gumbo en een soort van a-capella zang brengen deze heren. Of de weide hierop zat te wachten, weet ik niet. Aangekondigd als de grote smaakmakers en feestbouwers, vond ik toch dat ze wat teleurstelden. Mijn ding is het niet, maar smaken verschillen. Het was wel een complete stijlbreuk met het voorgaande, en juist daarom misschien een welgekome afwisseling.

Nick Lowe

Nick Lowe: vocals, guitar
Geraint Watkins: keyboards
Johnny Scott: guitar
Matt Redford: bass
Robert Trehern: drums

De man komt uit Engeland, en dat merk je. De man heeft manieren: “Goedenavond” en “Dank u wel” krijgen we van hem te horen. Wat het optreden zelf betreft zullen er wel heel wat hits van hem de revue zijn gepasseerd. Maar de “New Wave” is aan mij voorbij gegaan en dus ook Nick Lowe. Allemaal veteranen nu op het podium, maar die heren weten natuurlijk wel waar de muziekklepel hangt. Hij heeft bij ons één hit gehad “Half a boy and half a man”, een song die hij trouwens niet gespeeld heeft in Peer. Pop en rock & roll zijn dus de ingrediënten, en aan het applaus te horen heeft het publiek er van genoten. Spijtig genoeg kan er ook nu geen bisnummer af van de organisatie. Op dus naar KWS.

Kenny Wayne Sheperd

Kenny Wayne Sheperd: guitar
Noah Hunt: vocals
Tony Franklin: bass
Chris Layton: drums

Onder het motto, ken je klassiekers, sluit KWS af met “Voodoo Chile” in een toch wat eigen versie. Al wat daar voor kwam was blues – rock met een grote “B”. Als je de bijnaam hebt de enige echte erfgenaam te zijn van SRVdan heb je wat hoog te houden. Hij heeft dus duidelijk niet teleurgesteld. Ik had thuis nog maar één cd van hem, maar daar is nu dus verandering in gekomen. Nu mag je de bijdrage van Noah Hunt als zanger zeker niet miskennen, evenals de ritme sectie met Chris Layton (in een vorig leven ook nog drummer bij SRV) en Tony Franklin. Hoe luid, ruig en stevig het er ook aan toe gaat, het meeste succes oogst je nog altijd met een goede vettige slow blues. Subtiel en met de nodige feeling de snaren aanraken. Je krijgt er zowaar kippevel van. Goed, hij kwam, hij speelde en stak Blues Peer zo in zijn zak. Tot de volgende keer.

John Kay & Steppenwolf

John Kay: vocals, guitar
Danny Johnson: guitar
Michael Wilk: keyboards

Gary Link: bass
Ron Hurst: Drums

John Kay is de enige overblijvende van de originele band. Onmiddellijk dient gezegd dat de huidige formatie al 25 jaar samenspeelt. Dit is terug in de tijd, en nog geen klein beetje. Om eerlijk te zijn, buiten “Magic Carpet Ride” en “Born to Be Wild” ken ik geen materiaal van deze groep. Maar dat neemt dat Easy Rider gevoel niet weg. De hippietijd, eind jaren 60 van vorige eeuw, hoewel we toen nog jong waren, komt weer helemaal opborrelen. En dank zij de film Easy Rider worden Steppenwolf overal ter wereld warm onthaald door de “Bikers”. Dat zal wel: “Get you motor running, heading out on the highway”, weet je wel.

Dag twee zit erop. Weer even wat nachtrust opdoen voor we naar de climax van het weekend gaan, B.B. King, althans dat hopen we.