Coco Montoya

Coco Montoya


 

Coco Montoya staat reeds 30 jaar op de planken. Zijn explosieve gitaarspel en zijn soulachtige stem
hebben hem aan de top van de bluesscène doen landen.
Hij begon zijn carriëre als drummer, eerst bij enkele lokale bands, en midden de jaren 70 bij de
band van Albert Collins. Collins had een drummer nodig voor één tour in het Noordwesten van
Amerika, en uiteindelijk blijft Coco Montoya 5 jaar bij Albert Collins. Bij Collins leerde hij gitaar
spelen. Bij Collins krijgt eerst en vooral het gevoel terug dat hij had ontdekt bij dat ene optreden
van Albert King van veel vroeger. Albert Collins beschouwt Montoya als zijn “zoon”. Hij is ook
diegene die zegt: “ Kijk niet wat je speelt, maar voel wat je speelt.” En het is dat leren “voelen” dat
van onschatbare waarde is gebleken in zijn carriëre.
Vijf jaar later laat John Mayall zijn oog vallen op Montoya. In een periode dat de disco hoogtij viert
verlaat Coco de band van Collins. Hij heeft allerlei jobs, maar vooral veel tijd om zijn gitaarspel te
oefenen. Tijdens één van die jamsessies kwam dus Mayall binnen en Coco begon prompt “All your
love” the spelen. Mayall was onder de indruk. Toen John Mayall een nieuwe gitarist nodig had voor
zijn vernieuwde Bluesbreakers, nam hij contact op met Coco Montoya. Coco aanvaardde met de
bedoeling om een nog betere gitarist te worden. Tijdens zijn periode bij de Bluesbreakers staat hij
ook aan de zijde van nog een gitaargrootheid Walter Trout. Uiteindelijk blijft hij 10 jaar als
bandleader van deze legendarische Bluesbreakers.
Begin jaren 90 staat hij op een nieuw keerpunt in zijn carriëre. Albert Collins heeft kanker, en bij
één van zijn bezoeken zegt deze hem om solo te gaan, zijn eigen ding te doen. Mayall begrijpt dat
de tijd gekomen is om hem los te laten. Montoya sticht zijn eigen groep en begint met optreden
letterlijk avond na avond.
In 1996 wordt bij beloond voor zijn harde werk met een W.C. Handy Award for Best New Blues
Artist.
Intussen heeft hij 6 soloalbums op zijn naam staan met “Suspicion” in 2000 als voorlopig
hoogtepunt.